Voorpagina   -  Congresinformatie   -  Informatiemarkt   -  Programma   -  Zie voor meer info   -  Feedback
Valse Salie.
Tijdens het congres vond een getuigenis plaats van Roos Boum, een vrouw die in haar jeugd door haar moeder werd geteisterd met medische onderzoeken. Dit syndroom van Munchhausen by proxy is een stoornis, waarbij een ouder het kind in medische circuits stopt zonder medische reden.
Het verhaal treft u onderstaand aan.
Van Roos Boum is binnenkort een boek beschikbaar: Valse Salie; u kunt dat via via deze pagina bestellen.

Ik sta op de rugleuning van de bank.
Buiten sneeuwt het.
Ik druk mijn neus gek plat tegen het koude raam.
Als ik uitadem komen d’r twee vlekken.
Dat mag niet van mama. Dan zegt ze: “Niet doen Rosalinde, je maakt de ruiten vies”.

Ik kan nét in de kleuterklas kijken. Vrolijke kleurtjes op de ramen.
Kindertjes rennen. Zwaaiende handjes en daar: de juf! Ze zwaait.
Ik steek mijn arm op. Maar ik zwaai niet.
Ik druk mijn handje tegen het glas.
Het optillen van mijn arm doet zeer.
Het verband om mijn buik trekt en mijn beentje gloeit.

Nu komen er weer traantjes. Niet alleen van pijn.
Ik huil zachtjes, want mama mag het niet horen.
Ik voel me zo alleen. Ik wil graag weer naar school. De juf is veel liever dan mama.

‘Hallo meisje, ben je wakker?’ Papa zit op bed. ‘Je bent tegen de kachel gevallen, weet je nog?’
‘Ik ben niet gevallen.’
‘Jawel, je hebt je heel erg gebrand,’ zegt papa.
‘Ik viel niet! Mama duwde me d’r tegenaan!’
Papa kijkt me raar aan. Dan begint hij hard te lachen en zegt: ‘Roosje, je vergist je. Het was een ongelukje. De handdoek die mama in haar hand had schoot los.’
‘Niet waar, ze duwde me ertegenaan.’
‘Nee, gekkie, mama zou jou toch nooit tegen een kachel duwen.’
‘Wel waar.’
‘Waarom zou mama zoiets nou doen? Papa wil niet boos op jou worden omdat je heel erg ziek bent, maar dat mag je nooit meer zeggen. Mama houdt heel veel van jou en mama’s doen zoiets niet.’

Steeds vaker moest ik ziek thuis blijven. En soms naar het kinderziekenhuis.


Mama heeft zich mooi aangekleed en opgemaakt.
In de tram zegt ze: ‘Mama gaat je een spannend geheimpje vertellen. Dat mag je aan niemand verklappen. Ook niet aan de opa’s en oma’s. Die zouden alleen maar ongerust worden.
Je bent ongeneeslijk ziek. Je gaat dood. Dood is dat je er niet meer bent, dan stoppen ze je in een kist en dan word je héél diep onder de grond begraven. Maar de dokters gaan je redden als je goed meewerkt.’ Ik nam me voor goed mee te werken met de dokters, want ik wilde niet onder de grond.

Het ziekenhuis is heel erg groot. Er lopen allemaal dokters en verpleegsters in witte jassen.

Mama lijkt blij. Ze glimlacht. Daar is de dokter. Hij vraagt van alles en overal voelt hij. Hij steekt een houten stokje in mijn mond en ik moet bijna braken.
‘O ja dokter, mijn meisje geeft heel veel over, hè schatje?’ zegt mama.
Ik weet dat ik moet knikken, maar of ik dit gevoel nou vaker had?
Dan doet hij een zwart ding om mijn arm. O nee! Hij gaat zeker met een naald mijn bloed eruit zuigen! Ik gil en trek mijn arm weg.
‘Hé meiske,’ zegt de dokter, ‘dit doet geen pijn hoor.’
‘WELLES!’ gil ik en kruip veilig achter de rok van mijn moeder en gluur om haar heen.
De dokter kijkt vragend naar mijn moeder. Zij zegt: ‘Ze stelt zich aan.’
‘O, maar ik ga alleen luisteren naar de binnenkant van je arm.’
Mijn moeder trekt me achter haar vandaan en de dokter doet de band om mijn arm en pompt het op.

Hij wijst op het roze luikje op mijn buik.
‘O, ze was weer eens onhandig en viel tegen de kachel,’ zegt mijn moeder.
Ik durf niet te zeggen dat ik niet gevallen ben maar dat zij me geduwd heeft.
De dokter is klaar en zegt: ‘nu kun je door naar de bloedafname.’
Twee verpleegsters. De ene is wat met buisjes aan het rommelen. De andere zet me op een tafel en pakt mijn arm.
Ik begin te huilen.
‘Niet kijken,’ zegt de zuster, ‘dan doet het geen zeer.’
De zuster die me vasthoud trekt mijn hoofd tegen zich aan. Ik wrik het los en ik kijk. Ik voel de pijn. Ik wil weg!
‘Even dapper zijn meisje, we kunnen de ader niet vinden.’
‘NEE! HET DOET PIJN!’ brulde ik.
De verpleegster vult een heleboel buisjes met mijn bloed. Zou ze wel ophouden? Straks ben ik leeg en dan ga ik dood en dan moet ik onder de grond. Ik ben bang en huil harder.

Terwijl mama mij aankleedt, zegt de zuster: ‘Ze mag een volgende keer wel een pop of een beer meenemen hoor.’
‘Nee zeg, ze is vijf. Daar is ze al veel te groot voor, dat is zo kinderachtig. Nee hoor, ze moet leren volwassen om te gaan met onderzoeken zoals deze. Ze is ernstig ziek, dus ze zal nog wel vaker onderzocht worden.’
Maar ik wil wel graag mijn beer meenemen. En wanneer hij geprikt moet worden dan zou ik hem wél knuffelen.



Een slotgedicht van Liselore Gerritsen.

Als ze als…

Als ze als kind de warmte van de zomer had gekend
Was ze die warmte in haar winter nooit verloren

Als ze als kind de warmte van een nest had gekend
Had het haar hele leven lang niet zo gevroren.


 
Copyright © 2006 Logacom BV
Website © 2006 Comdev B.V.